PM2.5 — Fijn stof kleiner dan 2,5 micrometer. Deze deeltjes zijn klein genoeg om neus en keel te passeren, diep in de longen door te dringen en zelfs in de bloedsomloop te komen. Belangrijke bronnen zijn voertuiguitlaatgassen, industriële processen en bosbranden.
PM10 — Grove deeltjes kleiner dan 10 micrometer, waaronder stof, stuifmeel en wegdekslijtage. Hoewel groter dan PM2.5, veroorzaken ze nog steeds luchtwegirritatie en verergeren ze astma.
O₃ — Ozon op leefniveau wordt niet direct uitgestoten — het vormt zich wanneer stikstofoxiden en vluchtige organische stoffen in zonlicht reageren. Hoger in de zomermiddagen. Kan astma-aanvallen veroorzaken en de longfunctie verminderen.
NO₂ — Stikstofdioxide komt voornamelijk van voertuigmotoren en energiecentrales. Het veroorzaakt ontstekingen in het slijmvlies van de luchtwegen, waardoor de longen vatbaarder worden voor infecties.
SO₂ — Zwaveldioxide komt vrij bij het verbranden van fossiele brandstoffen die zwavel bevatten, vooral steenkool en olie. Zelfs korte blootstelling kan de luchtwegen vernauwen, vooral bij mensen met astma.
CO — Koolmonoxide is een reukloos gas van onvolledige verbranding van brandstoffen. Buitenshuis komt het voornamelijk van het verkeer. Bij verhoogde niveaus vermindert het het vermogen van het bloed om zuurstof te transporteren.